ECLI:NL:HR:2012:BV6696

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00247
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6:248 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering alternatieve uitvoering na gunning in Europese aanbesteding onaanvaardbaar?

In deze zaak stond de vraag centraal of het weigeren van een alternatieve uitvoering van een opdracht, voorgesteld na de gunning in een Europese aanbesteding, onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Eiseres had na gunning een alternatieve uitvoering voorgesteld die door het Waterschap Groot Salland werd geweigerd.

De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Zwolle-Lelystad, waarna het gerechtshof Arnhem het vonnis bevestigde. Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die het beroep verwierp. Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van het Waterschap kwam daardoor niet aan de orde.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseres niet tot cassatie konden leiden en dat het weigeren van de alternatieve uitvoering niet in strijd was met de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW Pro. De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de proceskosten.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat weigering van alternatieve uitvoering niet onaanvaardbaar is.

Uitspraak

6 april 2012
Eerste Kamer
11/00247
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E. Gelpke,
t e g e n
WATERSCHAP GROOT SALLAND,
gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en het Waterschap.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 143217/HA ZA 08-355 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 februari 2009;
b. het arrest in de zaak 200.034.759/01 van het gerechtshof te Arnhem van 28 september 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. Het Waterschap heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiseres] mede door mr. R.L. de Graaff, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het principale beroep.
3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Waterschap begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, F.B. Bakels, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 6 april 2012.