ECLI:NL:HR:2012:BV6664
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest belaging wegens onvoldoende bewijs bijzondere contactverbod
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster, met het oogmerk haar te dwingen zijn aanwezigheid te dulden. De bewezenverklaring omvatte onder meer dat verdachte zich volgens een bijzondere voorwaarde van een onherroepelijk vonnis van 15 maart 2008 diende te onthouden van elk contact met de aangeefster.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte zich aan deze bijzondere voorwaarde heeft gehouden. Daardoor is het arrest van het hof niet naar de eis der wet met redenen omkleed en moet worden vernietigd. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.
De feiten betreffen meerdere incidenten tussen 31 maart en 15 juni 2009, waaronder achtervolgingen, bedreigingen, hinderlijk gedrag en het sturen van een e-mail door verdachte aan de aangeefster. De rechtbank achtte de verklaringen van de aangeefster en getuigen betrouwbaar en concludeerde dat verdachte stelselmatig en opzettelijk de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster had geschonden. De Hoge Raad beperkt zich in cassatie tot de beoordeling van de bewijsvoering omtrent de bijzondere contactverbod-voorwaarde.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling, waarbij het hof opnieuw moet beoordelen of en in hoeverre verdachte zich aan het contactverbod heeft gehouden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling van het contactverbod.