ECLI:NL:HR:2012:BV3405

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04143
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontheffing uit ouderlijk gezag afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak stond het verzoek tot ontheffing uit het ouderlijk gezag centraal. Verzoekers, woonachtig te een woonplaats, hadden tegen de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage beroep in cassatie ingesteld. De Raad voor de Kinderbescherming trad op als verweerder in cassatie en heeft geen verweerschrift ingediend.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beschikkingen van de rechtbank 's-Gravenhage en het hof te 's-Gravenhage. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Het beroep wordt derhalve verworpen. De beschikking is gegeven door de raadsheren, met J.C. van Oven als openbaar uitsprekende raadsheer, op 30 maart 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de beschikking tot ontheffing uit het ouderlijk gezag wordt verworpen.

Uitspraak

30 maart 2012
Eerste Kamer
11/04143
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Regio Rotterdam-Rijnmond,
VERWEERDER in cassatie,
gevestigd te Rotterdam,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 334456/FA RK 09-2608 van de rechtbank 's-Gravenhage van 9 december 2009 en 6 oktober 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.079.879.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 juni 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren, A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 30 maart 2012.