ECLI:NL:HR:2012:BV2580
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat opwaardering rentedragende schuld tegen lagere marktrente strijdig is met goed koopmansgebruik
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, had een betalingsverplichting uit een koopovereenkomst van een fabriekscomplex die zij ultimo 2002 herwaardeerde tegen een lagere rekenrente van 4%. Deze opwaardering werd door de Inspecteur niet geaccepteerd bij de aanslag vennootschapsbelasting 2002.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigde dit oordeel, stellende dat de verplichting een rentedragende schuld betreft en dat goed koopmansgebruik niet toestaat rentelasten voor latere jaren bij de jaarwinst te betrekken. Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof de feiten verkeerd had uitgelegd en dat sprake was van rekenrente, niet overeengekomen rente.
De Hoge Raad oordeelde dat ook zonder expliciet rentebeding sprake kan zijn van een rentedragende schuld indien blijkt dat partijen de te betalen som met rente hebben bepaald. Het Hof had terecht geoordeeld dat opwaardering bij een lagere marktrente in strijd is met goed koopmansgebruik. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof wordt bevestigd.