ECLI:NL:HR:2012:BV2372

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01650
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering reiskostenvergoeding op grond van CAO-bepalingen

Eiseres vorderde van haar werkgever een vergoeding van reiskosten op grond van bepalingen in de toepasselijke CAO. Na afwijzing door de kantonrechter en het gerechtshof stelde zij beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken en concludeert dat de klachten van eiseres niet leiden tot cassatie, omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep wordt gevolgd.

Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van verweerder op nihil worden begroot. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand dat de vordering tot reiskostenvergoeding niet toewijsbaar is op grond van de CAO-bepalingen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en haar vordering tot reiskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

23 maart 2012
Eerste Kamer
11/01650
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 572034 / 08-6327 van de kantonrechter te Eindhoven van 13 november 2008;
b. het arrest in de zaak HD 200.025.097 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 december 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 6 februari 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van
de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 23 maart 2012.