ECLI:NL:HR:2012:BV2364

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02468
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:445 BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Goedkeuring onthouden aan rekening en verantwoording door bewindvoerder in meerderjarigenbewind

In deze zaak stond de vraag centraal of de door een bewindvoerder in een meerderjarigenbewind afgelegde rekening en verantwoording goedgekeurd kon worden. De procedure begon bij de kantonrechter te Tilburg, waarna het gerechtshof te 's-Hertogenbosch een beschikking gaf die de goedkeuring onthield. Tegen deze beschikking stelde de bewindvoerder, handelend als verzoeker, beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere beslissingen van de lagere instanties en concludeerde dat de klachten van de verzoeker niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren niet van dien aard dat beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzakelijk was.

Daarom werd het beroep verworpen en bleef de beschikking van het gerechtshof in stand. De uitspraak bevestigt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van beslissingen over de goedkeuring van rekeningen door bewindvoerders in meerderjarigenbewind.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de rekening en verantwoording door de bewindvoerder wordt niet goedgekeurd.

Uitspraak

23 maart 2012
Eerste Kamer
11/02468
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder in het meerderjarigenbewind over [verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 528126-OV-269/2009 van de kantonrechter te Tilburg van 16 februari 2009 en 1 december 2009;
b. de beschikking in de zaak HV 200.058.754/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 februari 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 23 maart 2012.