ECLI:NL:HR:2012:BV1762

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05103
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omvang zorgplicht opdrachtnemer bij begeleiding bedrijfsovername en financieringsvoorbehoud

In deze zaak stond de omvang van de zorgplicht van een opdrachtnemer centraal, specifiek in de context van begeleiding bij een bedrijfsovername en de verlenging van een financieringsvoorbehoud.

Eiseres en haar curator hadden beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin het hof een oordeel had gegeven over de zorgplicht en de financieringsvoorbehoudsregeling. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep onderzocht en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiseres veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof over de zorgplicht en financieringsvoorbehoud in deze context.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

16 maart 2012
Eerste Kamer
10/05103
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. mr. D. STEFFENS q.q.,
in zijn hoedanigheid van curator in het in het faillissement van [betrokkene 1],
kantoorhoudende te Utrecht,
EISERS tot cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. A. van Staden ten Brink,
t e g e n
[Verweerster],
(voorheen genaamd [A] B.V.),
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster]
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 200906/HA ZA 05-1909 van de rechtbank Utrecht van 7 december 2005 en 6 september 2006;
b. het arrest in de zaak 104.003.192 van het gerechtshof te Amsterdam van 10 augustus 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door mr. A. Knigge, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 2 februari 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 maart 2012.