ECLI:NL:HR:2012:BV1399
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing afvalstoffenbelasting en volumieke massa bepalingen bij bouwstoffen
Belanghebbende exploiteerde in 2004 een inrichting waarop afvalstoffenbelasting van toepassing is. In dat jaar werd grond aangevoerd die door bevoegde instanties was gekeurd en aangemerkt als categorie 1-bouwstof volgens het Bouwstoffenbesluit. De Inspecteur stelde dat deze grond als afvalstof moest worden beschouwd en legde een naheffingsaanslag en boete op. Na bezwaar en beroep vernietigde de Rechtbank Arnhem deze aanslag en boete gedeeltelijk, en het Hof bevestigde deze uitspraak.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in, stellende dat de gekeurde grond ondanks de keuring toch als afvalstof moest worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde dat de beleidsregel in de Leidraad milieubelastingen niet vereist dat bouwstoffen voorzien moeten zijn van een certificaat of partijkeuring om niet als afvalstof te gelden, en dat de keuring door GS voldoende is. Tevens bevestigde de Hoge Raad dat de volumieke massa van afvalstoffen voor het verlaagde tarief wordt bepaald aan de hand van het volume van het transportmiddel zoals voorgeschreven in het Uitvoeringsbesluit, en niet van het volume van de losse afvalstof.
De Hoge Raad verklaarde beide beroepen in cassatie ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bevestigd dat de naheffingsaanslag en boete verminderd moesten worden en de gehanteerde methodiek voor volumieke massa correct was toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt de uitspraak van het Hof.