ECLI:NL:HR:2012:BV1382
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkstelling en kwalificatie schoonmaakwerk als werk van stoffelijke aard
Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld voor loonbelasting en premie volksverzekeringen van A B.V. over de periode 2000-2001. Na bezwaar en beroep bij rechtbank en hof werd de aansprakelijkstelling gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat hij geen inzage kreeg in het dossier van A B.V. en dat schoonmaakwerk geen werk van stoffelijke aard is.
De Hoge Raad oordeelde dat de ontvanger ook na de bezwaarfase verplicht is om gegevens aan de aansprakelijk gestelde te verstrekken, maar dat het hof terecht oordeelde dat belanghebbende geen eerlijk proces was onthouden omdat hij in de procedure voldoende gelegenheid had gehad om op stukken te reageren. Tevens bevestigde de Hoge Raad dat schoonmaakwerkzaamheden onder het begrip werk van stoffelijke aard vallen volgens artikel 35 van Pro de Invorderingswet 1990.
De overige middelen van belanghebbende werden verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling blijft in stand.