ECLI:NL:HR:2012:BV0892

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03891
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3.27.3 Aanbestedingsreglement Werken 2005
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rechtsgeldige ondertekening K-verklaring door bedrijfsdirecteur in aanbestedingsprocedure

In deze zaak stonden eiseressen, een combinatie van twee ondernemingen, tegenover de Staat der Nederlanden in een geschil over de rechtsgeldigheid van een ondertekende K-verklaring in het kader van een aanbestedingsprocedure. De kernvraag betrof de uitleg van het begrip 'bestuurder' zoals bedoeld in artikel 3.27.3 van het Aanbestedingsreglement Werken 2005.

De procedure begon bij de voorzieningenrechter in de rechtbank 's-Gravenhage, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage het geschil behandelde en een arrest wees. Eiseressen stelden vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die de zaak behandelde op 10 februari 2012.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseressen niet tot cassatie konden leiden en dat de ondertekening van de K-verklaring door de bedrijfsdirecteur rechtsgeldig was. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep van eiseressen af en veroordeelde hen in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de eerdere uitspraak van het gerechtshof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseressen wordt verworpen en de ondertekening van de K-verklaring door de bedrijfsdirecteur is rechtsgeldig.

Uitspraak

10 februari 2012
Eerste Kamer
10/03891
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
De combinatie [eiseres 1] en [eiseres 2] bestaande uit:
1. [Eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Milieu),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Eiseressen zullen hierna worden aangeduid als [eiseres 1] en [eiseres 2]. De verweerder wordt aangeduid als de Staat.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 350404/KG ZA 09-1431 van de voorzieningenrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 10 december 2009;
b. het arrest in de zaak 200.052.254/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 juni 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres 1] en [eiseres 2] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiseres 1] en [eiseres 2] mede door mr. R.L. de Graaff, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres 1] en [eiseres 2] heeft bij brief van 23 december 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres 1] en [eiseres 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president W.A.M. van Schendel op 10 februari 2012.