ECLI:NL:HR:2012:BV0892
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldige ondertekening K-verklaring door bedrijfsdirecteur in aanbestedingsprocedure
In deze zaak stonden eiseressen, een combinatie van twee ondernemingen, tegenover de Staat der Nederlanden in een geschil over de rechtsgeldigheid van een ondertekende K-verklaring in het kader van een aanbestedingsprocedure. De kernvraag betrof de uitleg van het begrip 'bestuurder' zoals bedoeld in artikel 3.27.3 van het Aanbestedingsreglement Werken 2005.
De procedure begon bij de voorzieningenrechter in de rechtbank 's-Gravenhage, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage het geschil behandelde en een arrest wees. Eiseressen stelden vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die de zaak behandelde op 10 februari 2012.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseressen niet tot cassatie konden leiden en dat de ondertekening van de K-verklaring door de bedrijfsdirecteur rechtsgeldig was. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep van eiseressen af en veroordeelde hen in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de eerdere uitspraak van het gerechtshof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseressen wordt verworpen en de ondertekening van de K-verklaring door de bedrijfsdirecteur is rechtsgeldig.