ECLI:NL:HR:2012:BU9902

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01770
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 lid 1 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake werkgeversaansprakelijkheid bij arbeidsongeval

In deze zaak stond de vraag centraal of Worktrans Dienstverlening B.V. en Alpha Flight Services B.V. aansprakelijk zijn voor een arbeidsongeval waarbij eiser betrokken was, op grond van de zorgplicht van de werkgever zoals neergelegd in artikel 7:658 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek.

Eiser had in eerdere instanties meerdere vonnissen en arresten ontvangen, waarin de aansprakelijkheid en schending van de zorgplicht werden beoordeeld. Na afwijzing in lagere instanties stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Bakels, Heisterkamp en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

24 februari 2012
Eerste Kamer
11/01770
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. WORKTRANS DIENSTVERLENING B.V.,
gevestigd te Purmerend,
2. ALPHA FLIGHT SERVICES B.V.,
gevestigd te Boesingheliede, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Worktrans c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 229807 CV EXPL 04-1874 van de kantonrechter te Haarlem van 29 december 2004, 25 mei 2005 en 31 mei 2006;
b. de arresten in de zaak 106.005.625/01 (rolnummer 1523/06) van het gerechtshof te Amsterdam van 17 juli 2008, 28 juli 2009 en 16 november 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Worktrans c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Worktrans c.s. begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 24 februari 2012.