ECLI:NL:HR:2012:BU9892

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04472
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tot verdeling opengevallen nalatenschap

In deze zaak stond een vordering tot verdeling van een opengevallen nalatenschap centraal. Eiseres stelde dat er nog geen volledige verdeling had plaatsgevonden, terwijl de erfgenamen verweerden dat tussen partijen reeds overeenstemming was bereikt over de volledige verdeling van de nalatenschap.

De procedure begon bij de rechtbank Maastricht met meerdere vonnissen in 2007 en werd voortgezet bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat op 22 juni 2010 een arrest wees waarin de vordering werd afgewezen. Eiseres stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het cassatieberoep werd verworpen en de kosten van het geding werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd en bleef de afwijzing van de vordering tot verdeling van de nalatenschap in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

24 februari 2012
Eerste Kamer
10/04472
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering,
t e g e n
1. De erfgenamen van wijlen [betrokkene 1],
a. [verweerster 1a],
wonende te [woonplaats]
b. [verweerster 1b],
wonende te [woonplaats],
c. [verweerder 1c],
wonende te [woonplaats],
d. [verweerster 1d],
wonende te [woonplaats], België,
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerster 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Verweerster 5],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als [eiseres] en de erfgenamen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 112103/HA ZA 06-652 van de rechtbank Maastricht van 9 mei 2007, 24 oktober 2007 en 21 november 2007;
b. het arrest in de zaak HD 200.005.108 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 juni 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De erfgenamen hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 6 januari 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 24 februari 2012.