ECLI:NL:HR:2012:BU9892
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- A.H.T. Heisterkamp
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tot verdeling opengevallen nalatenschap
In deze zaak stond een vordering tot verdeling van een opengevallen nalatenschap centraal. Eiseres stelde dat er nog geen volledige verdeling had plaatsgevonden, terwijl de erfgenamen verweerden dat tussen partijen reeds overeenstemming was bereikt over de volledige verdeling van de nalatenschap.
De procedure begon bij de rechtbank Maastricht met meerdere vonnissen in 2007 en werd voortgezet bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat op 22 juni 2010 een arrest wees waarin de vordering werd afgewezen. Eiseres stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het cassatieberoep werd verworpen en de kosten van het geding werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd en bleef de afwijzing van de vordering tot verdeling van de nalatenschap in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.