ECLI:NL:HR:2012:BU8646
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 21 maanden. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie geen aanleiding gaf tot het beantwoorden van rechtsvragen die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling dienen. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan werd de opgelegde gevangenisstraf ambtshalve verminderd van 21 maanden tot twintig maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen en de rest van het arrest van het hof bleef in stand.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 3 april 2012.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd ambtshalve verminderd tot twintig maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.