ECLI:NL:HR:2012:BU7281
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad corrigeert berekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij profijtontneming cocaïnehandel
In deze zaak stond een beroep in cassatie centraal tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel. Het Hof had het voordeel berekend door 30% van de opbrengst na aftrek van kosten in mindering te brengen, terwijl dit volgens de Hoge Raad 30% van de bruto opbrengst had moeten zijn.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof ten onrechte de aftrek van 30% pas na kosten had toegepast, terwijl dit percentage betrekking had op de bruto opbrengst als betaling aan betrokken personen op Schiphol. Tevens werd rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, waardoor de betalingsverplichting aan de Staat werd verminderd.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest voor zover het de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting betrof, verbeterde de schatting van het bedrag en legde een aangepaste betalingsverplichting van € 76.000,- op. Hiermee werd de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afgedaan.
De uitspraak benadrukt het belang van een correcte berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel bij profijtontneming en de toepassing van het redelijke termijnbeginsel in strafprocedures.
Uitkomst: De Hoge Raad stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 89.785,25 en legde een betalingsverplichting van € 76.000,- aan de Staat op.