ECLI:NL:HR:2012:BU6846
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest meineed wegens onvoldoende bewijs exclusief op verdachteverklaringen
De zaak betreft het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch inzake verdenking van meineed door de verdachte, die als getuige onder ede onware verklaringen zou hebben afgelegd over de aanwezigheid van haar broer op een verjaardagsfeestje op 2 juli 2005.
Het hof had geoordeeld dat de verdachte opzettelijk onwaarheid had gesproken en verklaarde haar schuldig aan meineed, mede gebaseerd op verklaringen van de verdachte zelf, politieprocessen-verbaal en het verhoor. De verdediging stelde dat de bewezenverklaring uitsluitend steunde op de verklaringen van de verdachte, wat volgens artikel 341, vierde lid, Sv niet is toegestaan.
De Hoge Raad stelt dat de stelling dat het bewijs uitsluitend steunt op de verklaringen van de verdachte feitelijk onjuist is en dat de klacht niet tot cassatie kan leiden. De Advocaat-Generaal had echter geconcludeerd tot vernietiging van het arrest wegens gegrondheid van de klacht. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 7 februari 2012.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.