ECLI:NL:HR:2012:BU6504

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03958
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3:40 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake nietigheid koopovereenkomst en leveringsakte

In deze zaak stond de vraag centraal of een koopovereenkomst en leveringsakte nietig of vernietigbaar waren op grond van artikel 3:40 BW Pro. Eiser had tegen verweerder een procedure gevoerd die in eerste aanleg en in hoger beroep leidde tot een arrest van het hof Amsterdam. Tegen dit arrest stelde eiser cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het hof Amsterdam, die aan het arrest gehecht zijn. Verweerder was in cassatie niet verschenen, terwijl eiser werd bijgestaan door advocaat mr. R. Dhalganjansing.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de advocaat van eiser reageerde. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het arrest is gewezen door de vice-president Fleers als voorzitter en raadsheren Bakels en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 27 januari 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt in de kosten veroordeeld.

Uitspraak

27 januari 2012
Eerste Kamer
10/03958
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres 2],
in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [betrokkene 1],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R. Dhalganjansing,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 365863/HA ZA 07-855 van de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2007 en 30 januari 2008;
b. het arrest in de zaak 200.007.320/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 21 april 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 9 december 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 27 januari 2012.