ECLI:NL:HR:2012:BU6012
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en vermindering gevangenisstraf bij oplegging TBS met dwangverpleging wegens antisociale persoonlijkheidsstoornis
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld tot gevangenisstraf en ter beschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging wegens ernstige gewelds- en zedendelicten.
Het Hof baseerde zijn oordeel op meerdere Pro Justitia rapporten van gedragsdeskundigen die een antisociale persoonlijkheidsstoornis bij verdachte vaststelden, met een groot risico op recidive. Ondanks weigering van verdachte tot medewerking aan nieuw onderzoek, achtte het Hof behandeling noodzakelijk en legde TBS met dwangverpleging op.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht de rapporten heeft gewaardeerd en het verband tussen stoornis en gevaar voor herhaling voldoende aannemelijk heeft gemaakt. De klacht dat het Hof rapporten zou hebben gedenatureerd faalt omdat waardering aan de feitenrechter is voorbehouden.
Wel is de redelijke termijn overschreden, wat leidt tot vermindering van de gevangenisstraf tot drie jaar en negen maanden. De overige klachten worden verworpen en de TBS-maatregel met dwangverpleging blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaar en negen maanden, TBS met dwangverpleging wordt bevestigd.