ECLI:NL:HR:2012:BU5737
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping cassatieberoep in zaak beroepsaansprakelijkheid
In deze zaak stond de beroepsaansprakelijkheid centraal, waarbij de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser heeft beoordeeld. Het geding in feitelijke instanties betrof eerdere vonnissen van de rechtbank 's-Gravenhage en een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Eiser stelde het beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere stukken en constateert dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Streefkerk en Loth en in het openbaar uitgesproken door vice-president Van Schendel op 10 februari 2012.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.