ECLI:NL:HR:2012:BU4237
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vermindering van de opgelegde profijtontneming wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene had beroep ingesteld tegen de hoogte van het bedrag dat hij moest betalen.
De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel niet tot cassatie kon leiden en gaf geen nadere motivering vanwege artikel 81 RO Pro. Het tweede middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de Hoge Raad pas na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep uitspraak deed.
De Hoge Raad stelde vast dat deze termijnoverschrijding gegrond was en leidde tot vermindering van het opgelegde bedrag van €8.000,- naar €7.200,-. De rest van het beroep werd verworpen. Hiermee werd het belang van een tijdige procedure benadrukt en werd de betalingsverplichting aangepast in het licht van de overschrijding.
Uitkomst: Het opgelegde bedrag ter ontneming wordt verminderd tot €7.200,- wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.