ECLI:NL:HR:2012:BU4235

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01980
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overschrijding redelijke termijn in cassatie zonder rechtsgevolg bij lichte taakstraf

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van een verdachte die een taakstraf en voorwaardelijke hechtenis opgelegd kreeg. Het middel klaagde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase was overschreden doordat het hof de stukken te laat had ingezonden.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel gegrond was omdat de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent. Desondanks werd geoordeeld dat gezien de lichte strafmaatregel – een taakstraf van 120 uur en subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar – en de mate van de termijnoverschrijding, geen rechtsgevolg aan deze overschrijding verbonden hoeft te worden.

De Hoge Raad verwierp het beroep en volstond met de constatering van de overschrijding. Hiermee bevestigde de Hoge Raad het arrest van het hof, behoudens de constatering over de termijnoverschrijding, en gaf daarmee een duidelijke richtlijn over de toepassing van het redelijke termijn-beginsel in cassatieprocedures met lichte straffen.

Uitkomst: De Hoge Raad constateert overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, maar verbindt hieraan geen rechtsgevolg en verwerpt het beroep.

Uitspraak

17 januari 2012
Strafkamer
nr. S 09/01980
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 mei 2009, nummer 22/005680-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
2.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren M.A. Loth en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 januari 2012.