ECLI:NL:HR:2012:BU4211
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij voorhanden hebben van valse identiteitsdocumenten in bedrijfsadministratie uitzendbureau
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van valse of vervalste identiteitsdocumenten in de bedrijfsadministratie van zijn uitzendbureau.
Het hof stelde vast dat in de administratie talrijke kopieën van valse documenten waren aangetroffen en dat verdachte noch zijn personeel adequaat toezicht hield op de echtheid daarvan. Verdachte werd als professional in de uitzendbranche geacht bedacht te zijn op het gebruik van valse documenten. Ondanks een waarschuwing van de politie in december 2002 trof verdachte geen maatregelen om de echtheid van documenten te controleren.
Verdachte voerde aan dat het hof onterecht het opzet had aangenomen en dat de verklaring van een getuige was gedenatureerd. De Hoge Raad verwierp deze middelen en oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en niet onbegrijpelijk was. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar zonder rechtsgevolg.
Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.