ECLI:NL:HR:2012:BU4209
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert ontnemingsbedrag wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad heeft het bestreden arrest vernietigd voor zover het de hoogte van het opgelegde bedrag betreft en dit bedrag verminderd tot €3.295.000,-. Het beroep is voor het overige verworpen.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond. Dit leidde tot de vermindering van het opgelegde bedrag.
De overige middelen van cassatie konden niet leiden tot vernietiging of wijziging van het arrest. De Hoge Raad achtte geen grond aanwezig om ambtshalve het arrest te vernietigen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 31 januari 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het opgelegde bedrag ter ontneming tot €3.295.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.