ECLI:NL:HR:2012:BU3992
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering van ontnemingsbedrag wegens overschrijding redelijke termijn in softdrugshandelzaak
In deze cassatiezaak stond de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de handel in softdrugs centraal. Het hof had de netto winst uit de verkoop van softdrugs geschat op 25% van de omzet, gebaseerd op verklaringen van een medeveroordeelde. De betrokkene stelde dat hij deze schatting niet had gedaan, hetgeen de Hoge Raad bevestigde als een kennelijke misslag in het arrest.
De Hoge Raad corrigeerde deze fout door de verklaring toe te schrijven aan de medeveroordeelde, waardoor het middel feitelijk geen grond had. Daarnaast werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en het arrest pas na meer dan twee jaar na het cassatieberoep werd gewezen.
Dit leidde tot een vermindering van het opgelegde ontnemingsbedrag van ruim 3,7 miljoen euro. De overige middelen werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot cassatie. De Hoge Raad bevestigde daarmee het belang van een zorgvuldige termijnbewaking in strafzaken en corrigeerde de hoogte van het ontnemingsbedrag.
Uitkomst: Het ontnemingsbedrag wordt verminderd tot € 3.710.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.