ECLI:NL:HR:2012:BT7448
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht om vaste inrichting in Duitsland te betwisten ondanks vaststellingsovereenkomst
In deze zaak gaat het om een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1992 opgelegd aan belanghebbende, die na bezwaar en beroep in eerste aanleg was verminderd en uiteindelijk door het Hof te 's-Hertogenbosch werd vernietigd. De kern van het geschil betreft de vraag of belanghebbende zich heeft gehouden aan een vaststellingsovereenkomst met de Inspecteur, waarin was overeengekomen dat belanghebbende een vaste inrichting in Duitsland had.
Belanghebbende had tegenover de Duitse belastingautoriteiten met succes betwist dat zij een vaste inrichting in Duitsland had, zoals bevestigd door het Bundesfinanzhof in 2008. De Inspecteur stelde daarop dat belanghebbende de vaststellingsovereenkomst had geschonden en legde een navorderingsaanslag op. Het Hof oordeelde echter dat belanghebbende de overeenkomst niet had geschonden en dat het haar vrijstond de Duitse belastingheffing aan te vechten.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de vaststellingsovereenkomst niet zo moet worden uitgelegd dat belanghebbende het recht wordt ontnomen om de belastingheffing in Duitsland te betwisten. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de motivering toereikend is. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd.