ECLI:NL:HR:2012:BT6252

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03909 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering bedrag ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens termijnoverschrijding in cassatie

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene had beroep ingesteld tegen de hoogte van het opgelegde bedrag.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vermindering van het bedrag wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, maar tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de hoogte van het bedrag en stelde dit vast op € 109.495.

De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep werd gedaan. Dit leidde tot vermindering van de betalingsverplichting. Voor het overige werd het beroep verworpen.

Uitkomst: Het bedrag van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verminderd tot € 109.495 wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Uitspraak

27 maart 2012
Strafkamer
nr. S 09/03909 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 september 2009, nummer 23/002842-08, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vermindering van het opgelegde bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens overschrijding van de redelijke termijn in de mate die de Hoge Raad passend acht, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 114.494,93.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van het opgelegde bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 109.495,- bedraagt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 27 maart 2012.