ECLI:NL:HR:2012:BT6252
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vermindering bedrag ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens termijnoverschrijding in cassatie
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene had beroep ingesteld tegen de hoogte van het opgelegde bedrag.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vermindering van het bedrag wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, maar tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de hoogte van het bedrag en stelde dit vast op € 109.495.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep werd gedaan. Dit leidde tot vermindering van de betalingsverplichting. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Het bedrag van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verminderd tot € 109.495 wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.