ECLI:NL:HR:2012:BQ4724
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- G. Snijders
- M.V. Polak
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging cassatie over toepassing vervaltermijn machtiging gesloten jeugdzorg
De zaak betreft een cassatieberoep in het belang der wet tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem over de toepassing van art. 1:262 lid 3 BW Pro op machtigingen tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting op grond van art. 29b Wet op de Jeugdzorg (Wjz).
De kinderrechter had een machtiging verleend tot plaatsing van een minderjarige in een voorziening voor gesloten jeugdzorg. Het hof vernietigde deze machtiging voor het deel na drie maanden, omdat de machtiging niet binnen die termijn was ten uitvoer gelegd, en paste aldus de vervaltermijn uit art. 1:262 lid 3 BW Pro toe.
De Procureur-Generaal stelde cassatie in het belang der wet in en betoogde dat deze vervaltermijn niet van toepassing is op machtigingen op grond van art. 29b Wjz. De Hoge Raad oordeelde dat het middel gegrond is en dat de vervaltermijn uit art. 1:262 lid 3 BW Pro niet geldt voor machtigingen tot verblijf in een accommodatie zoals bedoeld in art. 29b Wjz.
De Hoge Raad baseerde dit op de tekst, het stelsel van de Wjz, en de wetsgeschiedenis, waarin expliciet is gekozen geen termijn voor tenuitvoerlegging van dergelijke machtigingen te regelen. De beschikking van het hof werd vernietigd zonder nadelige gevolgen voor de rechten van partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel dat de vervaltermijn van drie maanden uit art. 1:262 lid 3 BW ook geldt voor machtigingen tot verblijf in gesloten jeugdzorg op grond van art. 29b Wjz.