ECLI:NL:HR:2012:BL6486

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01419
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 lid 1 Uitvoeringsbeschikking OBArt. 27e AWRArt. 27j AWRArt. 52 AWRArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag omzetbelasting privégebruik kilometeronderbreker

Belanghebbende, een vennootschap onder firma, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het jaar 1998 vanwege het privégebruik van een inbouw kilometeronderbreker in een auto. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de naheffingsaanslag.

Het Hof Arnhem bevestigde vervolgens de uitspraak van de Rechtbank. Belanghebbende stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het cassatieberoep, maar de Hoge Raad oordeelde anders.

De Hoge Raad stelde vast dat de klachten onvoldoende aanleiding gaven tot cassatie en verwees naar artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het arrest van het Hof Arnhem.

Uitspraak

30 november 2012
Nr. 09/01419
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van V.O.F. X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 3 maart 2009, nr. 07/00346, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is over de periode 1 januari 1998 tot en met 31 december 1998 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
De Rechtbank te Arnhem (nr. AWB 06/2305) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de naheffingsaanslag verminderd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 5 februari 2010 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 februari 2012, T.G. van Laarhoven, C-594/10, BNB 2012/200.
De Staatssecretaris heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, E.N. Punt en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2012.
De voorzitter is verhinderd het arrest te ondertekenen. In verband daarmee is het arrest ondertekend door mr. C.B. Bavinck.