ECLI:NL:HR:2011:BU6518
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deels hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten vermogensbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1991 tot en met 2000 in de vermogensbelasting, inclusief verhogingen en boeten. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen, maar het hof vernietigde deze uitspraken deels en mat de boeten en verhogingen. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte bepaalde onderdelen van het arrest van 15 april 2011 niet juist had toegepast, met name ten aanzien van de beoordeling van de boeten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor de jaren 1991-1998 (verhogingen) en 1999-2000 (boeten) en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van de Hoge Raad-arresten.
De Staatssecretaris van Financiën trok zijn cassatieberoep in, waarna de Hoge Raad de Staatssecretaris veroordeelde in de proceskosten van belanghebbende. Het verzoek van belanghebbende om de Staatssecretaris te veroordelen in kosten verband houdend met diens cassatieberoep werd afgewezen. De zaak wordt nu verder behandeld door het gerechtshof, waarbij de richtlijnen van het arrest van 15 april 2011 leidend zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest gedeeltelijk en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.