ECLI:NL:HR:2011:BU5722
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraken over navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen in belastingzaken
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam over navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, alsmede in de vermogensbelasting. Tevens betroffen de geschillen de daarbij gegeven beschikkingen inzake verhogingen, boetes en heffingsrente.
Belanghebbende, woonachtig in Portugal, was het niet eens met deze aanslagen en de opgelegde sancties. Het Gerechtshof had eerder de aanslagen en boetebeschikkingen bevestigd. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep vervolgens afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Deze beslissing betekent dat de eerdere uitspraken van het Gerechtshof ongewijzigd blijven en dat de navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrente rechtsgeldig zijn vastgesteld. Daarmee is de belastingheffing definitief geworden en is het beroep van belanghebbende verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam zijn bekrachtigd.