ECLI:NL:HR:2011:BU5596
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake vermogensetikettering certificaatrecht kunstenaar
Belanghebbende, een kunstenaar die een eenmanszaak drijft, verwierf in 1994 een certificaatrecht op een studio die hij zowel zakelijk als privé gebruikte. Na een wijziging in de bestemming en splitsing van het erfpachtsrecht verwierf hij in 2000 het appartementsrecht, dat hij als eigen woning aangaf.
De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op, die na bezwaar en beroep bij rechtbank en hof verschillende keren werd verminderd. Het Hof oordeelde dat het certificaatrecht verplicht ondernemingsvermogen was, mede vanwege de zakelijke kosten en het gebruik als atelier.
De Hoge Raad oordeelt dat het enkele feit dat belanghebbende het certificaatrecht verwierf als kunstenaar niet voldoende is om dit als verplicht ondernemingsvermogen te kwalificeren. Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor een volledige nieuwe behandeling.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van belanghebbende in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling terug naar het Hof.