ECLI:NL:HR:2011:BU4215

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05092
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:256 BWArt. 1:262 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing in familierechtelijke zaak

In deze familierechtelijke zaak stond de verlenging van een ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing centraal. De moeder, woonachtig in Ierland, stelde cassatieberoep in tegen de beschikking van het gerechtshof Amsterdam die deze maatregelen bevestigde.

De zaak betrof een langdurige procedure die begon bij de rechtbank Amsterdam met beschikkingen in december 2009 en april 2010, gevolgd door een beschikking van het gerechtshof in augustus 2010. De moeder betwistte de rechtmatigheid van de verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van haar kind.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de moeder verworpen. De klachten die de moeder aanvoerde, werden niet inhoudelijk behandeld omdat zij niet leidden tot het beantwoorden van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De uitspraak werd gedaan door raadsheren van de Hoge Raad, waarbij het openbaar vonnis op 9 december 2011 werd uitgesproken. Hiermee blijft de beschikking van het gerechtshof Amsterdam in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

9 december 2011
Eerste Kamer
10/05092
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende in Ierland,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 446799/09-344 van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2009 en 13 april 2010;
b. de beschikking in de zaak met zaaknummers 200.069.610/01 en 200.069.616/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 23 augustus 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft een verweerschrift ingediend en daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het cassatieberoep, althans tot verwerping daarvan.
De moeder heeft bij brief van 28 maart 2011 op het verweerschrift van de vader gereageerd.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.