Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2011:BU3924

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02479
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6:162 BWArt. 10 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep inzake onrechtmatige publicatie en persvrijheid

In deze zaak stond een geschil centraal tussen Pretium Telecom en Omroepvereniging VARA samen met een derde partij over de vraag of sprake was van een onrechtmatige publicatie die de persvrijheid betrof. Pretium Telecom had in de lagere instanties een kort geding aangespannen, waarin de voorzieningenrechter te 's-Gravenhage op 7 mei 2009 een uitspraak deed. Het gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigde dit vonnis op 12 januari 2010.

Pretium Telecom stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep behandeld en de conclusie van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het beroep strekte, gevolgd. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep van Pretium Telecom verworpen en Pretium veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding, begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris. Hiermee is het oordeel van de lagere rechterlijke instanties bekrachtigd en blijft het vonnis inzake de onrechtmatige publicatie en persvrijheid ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Pretium Telecom wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bekrachtigd.

Uitspraak

16 december 2011
Eerste Kamer
Nr. 10/02479
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
PRETIUM TELECOM B.V.,
gevestigd te Haarlem,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mrs. M.E. Bruning, D.P. Kuipers en O.G. Trojan,
t e g e n
1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid OMROEPVERENIGING VARA,
gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTER in cassatie,
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mrs. B.T.M. van der Wiel en A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Pretium en Vara en [verweerder 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 332430/KG ZA 09-314 van de voorzieningenrechter te 's-Gravenhage van 7 mei 2009;
b. het arrest in de zaak 200.039.470/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 januari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Pretium beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Vara en [verweerder 2] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Pretium in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vara en [verweerder 2] begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 december 2011.