ECLI:NL:HR:2011:BU3780

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03332
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg kwijtingsbeding in echtscheidingsconvenant

De zaak betreft een geschil tussen een vrouw en een man over de uitleg van een kwijtingsbeding in hun echtscheidingsconvenant. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen de arresten van het gerechtshof Amsterdam, waarin het hof het beding had uitgelegd en de vorderingen van de vrouw had afgewezen.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Alkmaar en de arresten van het hof Amsterdam, die aan het arrest zijn gehecht. De vrouw heeft in cassatie aangevoerd dat het hof het kwijtingsbeding onjuist heeft uitgelegd, maar de Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering acht de Hoge Raad geen nadere motivering nodig, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee blijft de uitleg van het kwijtingsbeding zoals vastgesteld door het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleg van het kwijtingsbeding blijft ongewijzigd.

Uitspraak

16 december 2011
Eerste Kamer
10/03332
EE/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 75279/HA ZA 04-830 van de rechtbank Alkmaar van 9 november 2005 en 10 januari 2007;
b. de arresten in de zaak 106.006.812 van het gerechtshof te Amsterdam van 16 september 2008 (tussenarrest I), 23 juni 2009 (tussenarrest II), 25 augustus 2009 (herstelarrest) en 30 maart 2010 (eindarrest).
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 december 2011.