ECLI:NL:HR:2011:BU3567
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens opheffing ongewenstverklaring na uitspraak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin de aanvrager werd veroordeeld voor het verblijven in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Het hof had de aanvrager schuldig verklaard zonder strafoplegging.
De aanvrager stelde dat een beschikking van de Minister voor Immigratie en Asiel van 14 maart 2011, waarin de ongewenstverklaring werd opgeheven, aanleiding gaf tot herziening. Deze beschikking was echter pas na de bestreden uitspraak bekendgemaakt en trad met ingang van die datum in werking.
De Hoge Raad oordeelde dat deze opheffing niet met terugwerkende kracht geldt en daarom niet kan worden beschouwd als een nieuwe omstandigheid die tot herziening kan leiden. Het verzoek tot herziening is daarom kennelijk ongegrond en werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af omdat de opheffing van de ongewenstverklaring pas na de uitspraak plaatsvond en geen grond voor herziening vormt.