ECLI:NL:HR:2011:BU1346
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling bij valse personalia
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Kantonrechter Rotterdam uit 2006, waarbij de aanvrager werd veroordeeld voor het onjuist opgeven van gegevens in strijd met artikel 34, eerste lid onder b, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).
De aanvrager stelt dat sprake is van persoonsverwisseling en dat hij niet degene is die valse personalia heeft opgegeven bij een staandehouding. Ter onderbouwing is een kopie van zijn paspoort en rijbewijs overgelegd, waaruit zou blijken dat zijn handtekening niet overeenkomt met die van de persoon die de valse gegevens heeft verstrekt.
De Hoge Raad oordeelt dat deze stelling onvoldoende is onderbouwd omdat in het dossier geen handtekening van de persoon die de valse gegevens heeft opgegeven aanwezig is, zodat geen vergelijking kan worden gemaakt. Hierdoor wekt de aangevoerde omstandigheid geen ernstig vermoeden dat het oorspronkelijke vonnis onjuist is.
Op grond hiervan wordt het verzoek tot herziening afgewezen en blijft het vonnis van de Kantonrechter in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs voor persoonsverwisseling.