ECLI:NL:HR:2011:BT8935

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00256
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:204 lid 3 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om vervangende toestemming tot erkenning afgewezen door Hoge Raad

De zaak betreft een verzoek om vervangende toestemming tot erkenning op grond van artikel 1:204 lid 3 BW Pro. De moeder heeft tegen de beschikking van het gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar de beschikkingen van de rechtbank Haarlem en het hof Amsterdam.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO Pro. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de moeder verworpen omdat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet vragen om beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De beschikking is gegeven door de raadsheren Bakels, Asser en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 16 december 2011. Hiermee blijft de beschikking van het gerechtshof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitspraak

16 december 2011
Eerste Kamer
NR. 11/00256
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E.C.M. Hurkens.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 157158/FA RK 09-1431 van de rechtbank Haarlem van 5 januari 2010 en 30 maart 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.068.366/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 12 oktober 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 december 2011.