ECLI:NL:HR:2011:BT8772
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Nietigheid wegens ontbreken gemotiveerde beslissing op verzoek getuigenverhoor in hoger beroep
In deze strafzaak heeft de verdachte in hoger beroep verzocht om het horen van meerdere getuigen, onder wie een persoon die betrokken was bij een warmtescan die mogelijk onrechtmatig was uitgevoerd. De verdediging stelde dat de machtiging tot binnentreden en de daaropvolgende aanhouding onrechtmatig waren, waardoor het bewijs niet gebruikt mocht worden.
Het hof wees het verzoek tot het horen van deze getuigen af, omdat het oordeelde dat het verzoek niet noodzakelijk was en dat de verdachte niet rechtstreeks was getroffen door de vermeende onrechtmatigheden in de woning van een medeverdachte. De beslissing op het verzoek werd echter niet opgenomen in het verkorte arrest, maar pas in een latere aanvulling daarop.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van art. 330 Sv Pro de rechter op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een gemotiveerde beslissing moet geven op een verzoek tot het horen van een getuige, en dat deze beslissing in het verkorte vonnis of arrest moet zijn opgenomen, tenzij reeds ter terechtzitting is beslist. Nu noch het proces-verbaal van de terechtzitting noch het verkorte arrest een zodanige beslissing bevat, is sprake van nietigheid.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof Arnhem voor hernieuwde behandeling en beslissing op het hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een gemotiveerde beslissing op het verzoek tot het horen van een getuige in het verkorte arrest.