ECLI:NL:HR:2011:BT8759
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd voor de jaren 1990 tot en met 2000 in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De Inspecteur had daarbij verhogingen en heffingsrente toegepast zonder kwijtschelding. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen en boeten. Het hof verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de uitspraken van de Inspecteur, en matigde de aanslagen, boeten en verhogingen.
Belanghebbende en de Minister van Financiën stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte bepaalde onderdelen van het arrest van 15 april 2011 niet had gevolgd, met name over de beoordeling van de boeten en verhogingen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de verhogingen over 1990-1997 en de boeten over 1998-2000 betreft, en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, inclusief het griffierecht en kosten voor rechtsbijstand. De intrekking van het cassatieberoep door de Staatssecretaris werd meegenomen in de kostenveroordeling. Het arrest werd uitgesproken op 21 oktober 2011 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de verhogingen 1990-1997 en boeten 1998-2000 en de zaak wordt terugverwezen naar het hof te 's-Gravenhage.