ECLI:NL:HR:2011:BT8465

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03605
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3:34 BWArt. 3:44 BWArt. 6:228 BW
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatieberoep in koopovereenkomst geschil

In deze zaak stond de vraag centraal of een koopovereenkomst vernietigbaar was op grond van de toepasselijke bepalingen in het Burgerlijk Wetboek. Eiser had tegen de veroordeling van het gerechtshof Arnhem beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep onderzocht, waarbij de advocaat-generaal had geadviseerd tot verwerping.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Arnhem en de arresten van het gerechtshof Arnhem, die aan het arrest zijn gehecht. Verweerders zijn in cassatie niet verschenen, en tegen hen is verstek verleend. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.

Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken. De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af, waarbij eiser ook in de kosten van het geding wordt veroordeeld.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt het oordeel van het gerechtshof Arnhem.

Uitspraak

16 december 2011
Eerste Kamer
nr. 10/03605
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s..
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 127642/HA ZA 05-1015 van de rechtbank Arnhem van 5 juli 2006, 22 november 2006, 11 juli 2007 en 17 oktober 2007;
b. de arresten in de zaak 200.001.313 van het gerechtshof te Arnhem van 20 januari 2009 en 20 april 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 27 oktober 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 december 2011.