ECLI:NL:HR:2011:BT7556
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verhaal na voldoening als hoofdelijk medeschuldenaar van aan man toegedeelde schuld
De zaak betreft een geschil tussen een man en een vrouw over de verdeling van schulden na hun scheiding. De vrouw had als hoofdelijk medeschuldenaar een schuld voldaan die aan de man was toegedeeld in de overeenkomst van scheiding en deling. De man vorderde verhaal van deze betaling.
De rechtbank en het gerechtshof hebben eerder uitspraak gedaan over dit geschil. De man stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de vrouw verscheen niet in cassatie. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof voor de feitelijke gang van zaken.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de man niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kosten van het cassatiegeding worden aan de zijde van de vrouw op nihil gesteld.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Schendel en Snijders en in het openbaar uitgesproken door Bakels op 14 oktober 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.