ECLI:NL:HR:2011:BT7188

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02492
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 32 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen ontruimingsvonnis

In deze zaak heeft eiseres cassatie ingesteld tegen de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een eerdere beslissing waarin een veroordeling tot ontruiming was uitgesproken. De procedure in de feitelijke instanties bestond uit een vonnis van de kantonrechter en een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Tegen de beslissing van het hof heeft eiseres beroep in cassatie ingesteld, terwijl verweerder in cassatie niet is verschenen.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De Hoge Raad volgt dit advies en verwerpt het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerder op nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 9 december 2011.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen ontruimingsvonnis en veroordeelt eiseres in de kosten.

Uitspraak

9 december 2011
Eerste Kamer
11/02492
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 773357\RL EXPL 08-17454 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 20 mei 2009;
b. het arrest in de zaak 200.036.529/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 juli 2010 en de beslissing van het hof op de voet van art. 32 Rv Pro. van 15 maart 2011.
Het arrest en voornoemde beslissing van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beslissing van het hof van 15 maart 2011 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de herstelexploten zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiseres] heeft op 21 oktober 2011 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.