ECLI:NL:HR:2011:BT6412
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak wegens onvoldoende motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het hof had het voordeel geschat op EUR 32.887,67, gebaseerd op een strafrechtelijk financieel onderzoek.
Het financieel onderzoek bestond uit rapporten opgesteld door financieel specialisten van de regiopolitie, waarin op basis van kasopstellingen en inkomensgegevens werd geconcludeerd dat de betrokkene geen legale inkomsten had en het voordeel werd berekend. Het hof gebruikte delen van deze rapporten als bewijsmiddel.
De Hoge Raad oordeelt dat de uitspraak niet voldoet aan de vereisten van art. 511g lid 2 jo. 415 en 359 lid 3 Sv, omdat de uitspraak niet de feitelijke grondslagen en omstandigheden bevat waarop de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd, maar slechts de conclusies van de verbalisanten. Hierdoor is de motivering ontoereikend.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting, waarbij het hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel adequaat moet motiveren en onderbouwen met de feitelijke gegevens en omstandigheden.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 22 november 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.