ECLI:NL:HR:2011:BT6402
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsuitsluiting bij binnentreden politie zonder legitimatie en doelmededeling
In deze strafzaak stond centraal of bewijs dat werd verkregen na binnentreden van politieambtenaren zonder voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden, uitgesloten moest worden. De verdachte werd ervan verdacht zijn ex-partner te hebben bedreigd met een mes.
De politie trad de woning binnen op basis van toestemming van de verdachte en berichten van het slachtoffer waarin werd aangegeven dat zij bedreigd werd. De verdachte voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer en de politie onrechtmatig waren verkregen omdat de politie zich niet had gelegitimeerd en het doel van het binnentreden niet had medegedeeld, en dat daardoor bewijsuitsluiting aan de orde was.
De Hoge Raad stelde vast dat de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) vereist dat politie zich legitimeert en het doel van het binnentreden mededeelt, ook bij toestemming van de bewoner. Het hof had dit onjuist beoordeeld, maar dit leidde niet tot cassatie omdat de politie op grond van de Politiewet bevoegd was de woning binnen te treden voor hulpverlening. Het hof had terecht geoordeeld dat bewijsuitsluiting niet aan de orde was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het ontbreken van legitimatie en doelmededeling in deze omstandigheden niet tot bewijsuitsluiting leidt, mede gelet op de spoedeisendheid en de aard van de politiebevoegdheden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte wegens bedreiging.