ECLI:NL:HR:2011:BT2704

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02141
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:253r BWArt. 1:253q BW
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om benoeming voogd afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak verzochten [verzoeker 1] en [verzoekster 2], beiden woonachtig op een geheim adres, in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 februari 2011. Het geschil betrof een verzoek om benoeming van een voogd op grond van de artikelen 1:253r en 1:253q BW.

De Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam Rijnmond, trad op als verweerder in cassatie. De Hoge Raad verwees naar de eerdere beschikking van de rechtbank Rotterdam van 11 februari 2010 en de beschikking van het hof, welke aan het cassatievonnis waren gehecht.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en de beschikking van het gerechtshof bekrachtigd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof bekrachtigd.

Uitspraak

25 november 2011
Eerste Kamer
11/02141
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende op een geheim adres,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons,
t e g e n
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO ROTTERDAM RIJNMOND,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 326499 / F2 RK 09-508 van de rechtbank Rotterdam van 11 februari 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.066.151/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 februari 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 november 2011.