ECLI:NL:HR:2011:BT2562
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste maatstaf bij weigering getuigenverhoor dierenartsen
De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte die in januari 2007 te Wijk bij Duurstede samen met een ander dieren heeft verwaarloosd door onvoldoende beschutting, drinkwater en voeding te bieden aan pony's en een paard. De verdediging stelde in hoger beroep het horen van vier dierenartsen als getuigen-deskundigen voor, die onderzoek hadden verricht op de dieren en wiens verklaringen als bewijs waren gebruikt.
Het hof wees het verzoek af op grond van het noodzaakcriterium, omdat volgens het hof voldoende onafhankelijke vaststellingen waren gedaan en het horen van deze getuigen niet noodzakelijk was. De verdediging stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist de maatstaf van artikel 418, tweede lid, Sv had toegepast, terwijl de juiste maatstaf volgens artikel 288, eerste lid, Sv had moeten gelden. De Hoge Raad stelde dat het hof had moeten beoordelen of het niet horen van de getuigen de verdediging van verdachte redelijkerwijs zou schaden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep. De overige middelen werden niet behandeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.