ECLI:NL:HR:2011:BT2372

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00407
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Militaire Ambtenarenwet 1931
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake toepassing Militaire Ambtenarenwet

In deze zaak hebben X1 en X2 uit Z beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 12 november 2009. Deze uitspraken betroffen verzoeken tot herziening van eerdere uitspraken van de Centrale Raad van 27 maart 2008, waarin de Centrale Raad zich onbevoegd had verklaard kennis te nemen van het hoger beroep van X1 tegen een uitspraak van de Rechtbank te Almelo en van de hoger beroepen van X1 en X2 tegen uitspraken van de Rechtbank te Arnhem.

De beroepen hadden betrekking op de toepassing van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (MAW). De Rechtbanken hadden de beroepen van X1 en X2 ongegrond verklaard. Vervolgens had de Centrale Raad zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het hoger beroep.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van X1 en X2 niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de eerdere uitspraken in stand blijven. Dit betekent dat de procedure niet verder inhoudelijk is behandeld door de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X1 te Z, alsmede X1 en X2 te Z tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 12 november 2009, nrs. 08/3051 MAW, 08/3053 AW en 08/3666 AW, op het verzoek tot herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van 27 maart 2008, nrs. 07/4100 MAW, 07/2413 AW en 07/2414 AW, waarbij de Centrale Raad zich onbevoegd heeft verklaard kennis te nemen van het hoger beroep van X1 tegen de uitspraak van de Rechtbank te Almelo (nr. 06/1459 WET N1 A), en van de hoger beroepen van X1 en X2 tegen de uitspraken van de Rechtbank te Arnhem (respectievelijk nrs. AWB 06/6358 en AWB 06/6343), waarbij de door hen ingestelde beroepen ter zake van de toepassing van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (hierna: de MAW) ongegrond zijn verklaard.