ECLI:NL:HR:2011:BS8796
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in onrechtmatige daad zaak na verstekvonnis kantonrechter
In deze zaak vorderde eiser cassatie tegen een vonnis van de kantonrechter te Rotterdam inzake een onrechtmatige daad. Eiser was in eerste aanleg succesvol in een verstekvonnis, maar het verzetvonnis van 16 juli 2010 werd aangevochten in cassatie. Verweerders verschenen niet in cassatie, waardoor verstek werd verleend.
De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Bakels, Asser en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 18 november 2011. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke nihil werden begroot aan de zijde van de verweerders.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.