ECLI:NL:HR:2011:BS1736
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd in een penitentiaire inrichting. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de opgelegde gevangenisstraf en vermindering daarvan, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet leiden tot vernietiging van het arrest, behalve wat betreft de strafduur. Het vierde middel klaagt terecht over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, omdat de stukken te laat werden ingezonden en de uitspraak meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond.
Hierdoor wordt de straf verminderd van zestien jaren tot vijftien jaar en zes maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 11 oktober 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijftien jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.