ECLI:NL:HR:2011:BS1729
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid binnentreden woning zonder machtiging bij spoedeisend gevaar
In deze strafzaak stond centraal of de politieambtenaren rechtmatig de woning van verdachte waren binnengetreden zonder schriftelijke machtiging. De politie betrad de woning op grond van artikel 2, derde lid, van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi), dat toestaat terstond binnentreden bij ernstig en onmiddellijk gevaar voor personen of goederen.
Het hof had geoordeeld dat de politieambtenaren redelijkerwijs mochten aannemen dat er sprake was van een dergelijk gevaar, omdat de voordeur van de woning ruim tien minuten openstond en er braakschade was geconstateerd. Dit leidde tot de conclusie dat er een gerede kans bestond op een inbraak waarbij iemand hulp behoefde.
De verdediging voerde aan dat er geen geluiden uit de woning kwamen en dat het openstaan van de deur niet automatisch een noodsituatie betekent, waardoor het binnentreden onrechtmatig zou zijn. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde het oordeel van het hof dat de omstandigheden een spoedeisend gevaar aannemelijk maakten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel voldoende was gemotiveerd. Het beroep van verdachte werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd dat het binnentreden rechtmatig was.