ECLI:NL:HR:2011:BR2834
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in ontnemingszaak wederrechtelijk verkregen voordeel
Betrokkene, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 december 2009, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen hem was toegewezen.
Namens betrokkene voerde mr. D.W.H.M. Wolters verweren aan in de schriftuur die deel uitmaakt van het dossier. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Daarom werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het Gerechtshof in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 11 oktober 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.